Authentication - Register

Complete the form below to create your account

This will be your public name in the community
We need this to keep you informed about your account

Mandatory data for replying to your request.

Why you'll love MyOlympus

All members get access to exclusive benefits:

  • Member community
  • Register products
  • Extended warranty
  • Monthly newsletter

Lhotse, 8516 Meter: Op de Rand van de Afgrond

E-M5 Mark II • M.ZUIKO DIGITAL ED 7-14 mm 1:2.8 PRO • 1:2.8 • 1/25s • ISO 800

Dit verhaal begint met een hoge mate van onzekerheid. Ik was er niet in geslaagd anderen te vinden die samen met mij de op drie na hoogste berg ter wereld wilden beklimmen, dus vertrok ik alleen richting de Himalaya. Ik stond tevens op het punt herinneringen naar boven te halen aan de traumatische gebeurtenissen van twee jaar geleden die zich afspeelden in het basiskamp van de berg. Op die beruchte dag verloren 23 mensen het leven tijdens een lawine die werd veroorzaakt door de verwoestende aardbeving in Nepal.
Op deze levendige plek had ik afgesproken met twee oude bekenden: Ferran Latorre, de Catalaanse bergbeklimmer met wie ik op expeditie ben geweest naar Makalu, en Yannick Graziani, de Franse berggids met wie ik een poging had gewaagd Broad Peak te beklimmen. We zouden de route samen bijna helemaal naar kamp 4 volgen, tot een hoogte van 8000 meter. Zij wilden de Mount Everest beklimmen, en de route naar kamp 4 is voor beide bergtoppen hetzelfde.
We begonnen al snel aan onze tocht en slechts vier dagen later bereikte ik het basiskamp, op 5400 meter hoogte. De herinneringen en beelden van de tragedie die ik zelf in 2015 van dichtbij had meegemaakt, kwamen boven. De plek lag er nu bij alsof er nooit iets verschrikkelijks gebeurd was. Ik zag oude vrienden terug. We hadden elkaar zoveel te vertellen, dat ik die tragische gebeurtenissen snel opzij kon zetten.

Fysiek voelde ik me uitstekend en ik besloot niet meer dan een paar dagen rust te nemen. Ik wilde de kans niet mislopen om samen met de andere deelnemers te klimmen, waaronder Ferran en Yannick. Zij hadden al een aardige tijd in het basiskamp doorgebracht en waren beter geacclimatiseerd dan ik.
Met hen en Hans Wenzl, een bergbeklimmer uit Oostenrijk die al zeven bergen van 8000 meter had beklommen, vertrok ik voor de eerste dag van de beklimming. Het was een heel bijzondere dag voor mij, omdat ik de pracht van de verraderlijke Khumbu Icefall ging ontdekken, waarvan ik al zoveel foto's had gezien en waarover ik zoveel had gehoord.
Khumbu is nog veel adembenemender dan je je kunt voorstellen. Het is een eindeloze chaos van enorme blokken ijs die als gigantische dominostenen staan te wachten om om te vallen. Het is een labyrint van enorme bevroren gletsjerspleten. Tussen de muren ijs heerst een kille stilte die alleen wordt doorbroken door het geluid van krakend ijs of de lawines die om de zoveel tijd naar beneden komen vanaf de gigantische gletsjerblokken op de nabijgelegen bergtop Nuptse en de noordwestkant van de Mount Everest.
Beetje bij beetje klommen we door dit wonderlijke landschap, langs gletsjerspleten en ijsmuren, soms met behulp van de ladders die de 'ice doctors' hadden geplaatst. Ik kan me geen moeilijker of gevaarlijker werk voorstellen dan dat van de sherpa's die dit sensationele gedeelte van de beklimming voor hun rekening nemen.

E-M1 Mark II • M.ZUIKO DIGITAL ED 7-14 mm 1:2.8 PRO • 1:7.1 • 1/1250s • ISO 200

Het verbaasde me dat ik zo goed in vorm was, ondanks dat ik nauwelijks was geacclimatiseerd. Ik was in staat het hoge tempo van de andere groepsleden te volgen, wat op deze hoogtes essentieel is. We hadden dit gedeelte van de beklimming dan ook al snel achter ons.
Ik had er vreselijk naar uitgekeken de geheimen van de Khumbu Icefall te ontdekken, maar ik vond het nog aangrijpender om de verbluffende Valley of Silence te zien en te fotograferen.
Dit is zonder twijfel een van de meest adembenemende plekken op aarde. Het is een wijds landschap met witte reuzen aan weerskanten van de klim. Ons doel was zichtbaar in de achtergrond. Links was Everest, de 'Mother of the Universe'. Rechts bevond zich de spectaculaire Nuptse.
Na slechts vier uur kwamen we aan in kamp 1, op een hoogte van 6050 meter. Hier besloot ik me van de groep af te splitsen. Ik wilde wat tijd nemen om te acclimatiseren, dus ik koos ervoor hier te overnachten en me de volgende dag in kamp 2 weer bij de groep aan te sluiten.
Maar ik wilde niet hier acclimatiseren. Ik dacht erover om naar kamp 1 van de bergtop Pumori te klimmen en daar te overnachten, zodat ik deze gevaarlijke tussenstop kon mijden. Kamp 1 ligt erg onbeschut en is kwetsbaar in het geval van een lawine, met name lawines van de nabijgelegen top Nuptse. Als ik me weer bij de groep van het basiskamp wilde aansluiten, moest ik het echter toch doen.
De volgende ochtend vertrok ik naar kamp 2 en volgde ik een gedeelte van de route dat zo prachtig was, dat mijn hart er sneller van ging kloppen. Het is geen wonder dat ze dit de Valley of Silence noemen, want iedereen die deze plek voor het eerst ziet en verkent, staat perplex. Het is een eindeloze wereld van ijs en rotsen, een lange vallei waar je snel doorheen komt, dankzij de lichte stijging. Aan het eind van de vallei doemen de toppen van Everest en Lhotse op.

E-M1 Mark II • M.ZUIKO DIGITAL ED 7-14 mm 1:2.8 PRO • 1:7.1 • 1/1250s • ISO 200

Na iets meer dan twee uur was ik herenigd met mijn groep in de veiligheid van kamp 2. Het landschap was adembenemend. Tussen ons en de toppen van Everest en Lhotse bevond zich een 2500 meter hoge muur van blauw ijs.
Ik bleef hier een dag om te rusten, dezelfde dag dat Yannick de kans benutte om Ueli Steck een stuk te vergezellen, die de gebruikelijke route van Nuptse volgde. Ik nam diverse foto's van hen. Ik had niet kunnen voorzien dat dat de laatste zouden zijn. Ueli Steck, de vermaarde Zwitserse bergbeklimmer die we die nacht in ons basiskamp zagen, stierf enkele uren later na een val van die fameuze berg.
We bereikten die dag kamp 3, op een hoogte van 7100 meter. Ik kon moeilijk geloven dat ik enkele dagen eerder nog in Spanje zat. Ik had mezelf gedwongen om te acclimatiseren, maar ik voelde me zo goed dat ik me bij de klimmers van mijn groep wilde aansluiten om te wennen aan hun tempo. Kamp 3 is te bereiken via uitzonderlijke hellingen van blauw ijs die sterk zijn als staal. Zowel Everest als Lhotse leken binnen bereik, maar het was nog een heel stuk voordat we bij de bergen waren. De bergen begonnen hier pas echt. Toen we bij het kamp aankwamen, hoorden we dat een nog niet geïdentificeerde persoon van Nuptse was gevallen en dat het vanwege de hoogte waarvan de persoon was gevallen uitgesloten was dat deze het had overleefd. We dachten allemaal direct aan Ueli en op Yannicks gezicht waren bezorgdheid en verdriet af te lezen.

E-M1 Mark II • M.ZUIKO DIGITAL ED 12-40 mm 1:2.8 PRO • 1:8.0 • 1/800s • ISO 200

We bleven nog geen uur in kamp 3 en keerden gauw terug naar de veiligheid van kamp 2. Daar kregen we bevestiging van wat we allemaal vreesden. Ueli was op de gebruikelijke route van Nuptse ten val gekomen en overleden.
De volgende dag keerden we rechtstreeks terug naar het basiskamp.
In slechts iets meer dan een week was ik tot de 7100 meter van kamp 3 gekomen en ik voelde me in topvorm, wat me erg optimistisch stemde. Een berg van 8000 meter heeft echter veel verrassingen in petto en dat je je een tijdje goed voelt, wil niet alles zeggen.
Nadat we vanwege het slechte weer enkele dagen in het basiskamp hadden doorgebracht, waardoor veel bergbeklimmers de Khumbu-hoest opliepen, begonnen we opnieuw aan onze klim. Deze keer sloeg ik kamp 1 over en ging ik direct door naar kamp 2, waar het veel veiliger is. Hier rustten we een paar dagen, waardoor we beter konden acclimatiseren. Van hier vervolgden we onze weg naar kamp 3. Deze keer bleven we hier overnachten.
Dit was de tweede keer dat ik naar kamp 3 klom en het ging me minder makkelijk af. Ik voelde me niet zo goed als tijdens de eerste beklimming. Op weg naar beneden begon ik me niet lekker te voelen en toen ik in het basiskamp aankwam, was ik volledig uitgeput. Hoe was het mogelijk dat ik in zo'n korte tijd al mijn energie had verbruikt? Ik begon te twijfelen. Hoe kon ik tot 8516 meter klimmen als ik nog niet eens van kamp 3 kon afdalen naar het basiskamp? Bovendien begon mijn keel pijn te doen en kreeg ik een vervelende hoest. Gelukkig was het zware werk al achter de rug. Ik hoefde alleen maar te wachten op goed weer. Dan kon ik een poging doen om de top te bereiken. Ik had mijn acclimatisatie al voltooid.
Ervaringen met eerdere expedities naar hoogten boven 8000 meter hadden me geleerd me niet onnodig zorgen te maken en in mezelf te blijven geloven. Er zitten altijd slechte dagen tussen, net als goede dagen, en een groot deel van de expeditie moest nog komen. Er was geen reden om de moed te verliezen. Achtduizend meter is een lange tocht en de dagen na kamp 3 zijn cruciaal. Dat is waar de berg pas echt begint.

E-M1 Mark II • M.ZUIKO DIGITAL ED 12-40 mm 1:2.8 PRO • 1:8.0 • 1/1200s • ISO 200

Na enkele dagen bereikten we de eerste toppen, maar wel met kunstmatige zuurstof. Op deze hoogten is het extreem koud en winderig.
En ik voelde me niet beter maar slechter, ondanks het feit dat ik antibiotica had genomen. Uiteindelijk nam ik de moeilijke beslissing om 1000 meter af te dalen naar Pheriche en mijn lichaam rust te gunnen om te herstellen. Op de 5400 meter van het basiskamp slaagde ik er niet in de ziekte de baas te worden die mijn gezondheid en motivatie zo onder druk zette.
Ik bleef twee lange dagen om te herstellen, maar toen ik opnieuw naar het basiskamp trachtte te klimmen, bleek dat mijn conditie er slechts weinig op vooruit was gegaan. Door het hoesten moest ik bijna stoppen met lopen.
Hoe dan ook, na een korte rustperiode besloot ik de Oostenrijker Hans te volgen naar kamp 2. Ik wilde op 20 mei proberen de top te bereiken, want volgens de weersvoorspelling zou dat er een goede dag voor zijn.
Na een paar uur klimmen in de Khumbu Icefall liet ik Hans echter weten dat ik terugging. Het hoesten was pijnlijk en aanhoudend. Het was duidelijk dat ik zo nergens zou komen, laat staan de top van een berg van meer dan 8000 meter. Op dat moment voelde het alsof de berg mij door de vingers glipte.
Ik ging terug en nam een tweede dosis antibiotica, met een flinke dosis codeïne. Ferran en Yannick kwamen terug in het basiskamp na een overnachting op 8000 meter hoogte op de zuidcol.
Even later arriveerde Hans. Hij had zijn beklimming van de Everest moeten opgeven vanwege de sterke wind.
Daar zaten we allemaal, opnieuw herenigd. Het seizoen liep inmiddels op zijn eind. Veel mensen verlieten het basiskamp, maar wij wachtten ons moment geduldig af. Het moest ooit komen. Eindelijk waren verschillende weersvoorspellingen het erover eens dat 27 mei een goede dag zou zijn, met nauwelijks wind.
De codeïne bleek te werken en ik had langzaamaan steeds minder last van mijn hoest. Op 22 mei begonnen we met zijn allen aan de beklimming. We gingen meteen naar kamp 2, waar we een dag bleven. Ik voelde me wat zwak als gevolg van de antibiotica, maar ik was ook gemotiveerd en vastberaden. Dit werd mijn laatste poging, dus ik moest mentaal in topvorm zijn. Er was geen ruimte voor twijfel.

E-M1 Mark II • M.ZUIKO DIGITAL ED 12-40 mm 1:2.8 PRO• 1:5.1 • 1/6400s • ISO 200

De klim naar kamp 3 verliep voorspoedig, maar ik kon vanwege de zenuwen lang niet in slaap komen. Vanaf dat punt was het voor mij onbekend terrein. De berg begint daar, op 7100 meter, pas echt.
De klim naar kamp 4 ging zoals ik had verwacht. Dit was misschien wel de moeilijkste klimdag, want het is daar continu zeer steil. Het gebrek aan zuurstof was maar al te duidelijk voelbaar, dus ik besloot heel vroeg op te staan en om 5.00 uur 's ochtends te gaan klimmen, ondanks de extreem lage temperatuur.
De laatste paar uur was het extreem zwaar. Het was gaan waaien en ter hoogte van de gele band was het licht aan het sneeuwen.
Een stuk hoger, vlak bij kamp 4, bereikten we een splitsing. Iedereen ging naar Everest, behalve ik. Na een paar steile stukken, en midden in een stevige sneeuwstorm, kwam ik aan in kamp 4, of wat er nog van over was. Dit was een uiterst onherbergzame plek op een hoogte van bijna 8000 meter. Ik slaagde erin in een tent te kruipen waarvan de onderste helft boven de afgrond hing. De tent was gescheurd. Ik lag op een helling van 45 graden, bedekt met ijs. Er was aardig wat sneeuw de tent ingewaaid, maar ik moest er in overnachten...en ervoor zorgen dat ik niet te veel bewoog, zodat ik niet in de afgrond zou vallen.

E-M1 Mark II • M.ZUIKO DIGITAL ED 14-42 mm 1:3.5- 5.6 II R • 1:6.3 • 1/2000s • ISO 200

Langzaam maar zeker ging de wind liggen. De volgende dag zou eindelijk het moment van de waarheid brengen. Ik begon om middernacht aan mijn beklimming. De eerste hellingen waren niet zo steil en de sterren keken toe hoe ik aan het laatste stuk van mijn beklimming begon. Beetje bij beetje legde ik het langgerekte pad af dat me dichter bij de top zou brengen. Het werd steiler. De route was in perfecte conditie. Maar er lag veel sneeuw en het was niet mogelijk om te zien of er rotsen of ijs onder de sneeuw lagen. Toen ik het steilere gedeelte bereikte, een helling van circa 70 graden, werd de lucht donkerder. De eerste sneeuwvlokken kwamen naar beneden. Ongelofelijk. De weersvoorspelling zat er weer naast. De weerspoken van mijn beklimmingen van Broad Peak en Manaslu waren terug, maar ik zette door, al was het een stuk lastiger. Er stak een stevige wind op en het ging harder sneeuwen. Na elke drie stappen moest ik even bijkomen. Het was alweer een tijd geleden dat ik de 8201 meter van Cho Oyu was gepasseerd, het hoogste punt dat ik ooit had bereikt. Ik kreeg het gevoel dat dit pad rechtstreeks naar de hemel leidde. Het einde was niet te zien.
Er was weinig zicht en door de sneeuwstorm heen kon ik alleen een paar keer de nabijgelegen Everest ontwaren.
Ten slotte zag ik dat het pad een paar honderd meter verder wijder werd. In het midden was de scherpe punt van de top te zien.
De top leek zo dichtbij, maar aan de weg erheen kwam geen einde. Elke keer dat ik stopte om even uit te rusten, begon ik in slaap te vallen. Ik realiseerde me op een gegeven moment zelfs dat ik aan het dromen was. Het moet het resultaat zijn geweest van de vermoeidheid. Ik had de twee voorafgaande nachten nauwelijks geslapen.
Het werd steeds moeilijker om wakker te blijven. Ik was bang dat dit de eerste verschijnselen van hersenoedeem waren, dus ik nam voor de zekerheid wat dexamethason. Ik wist niet goed of ik droomde of hallucineerde. Ik kon de dexamethason niet eens innemen, want ik kreeg een hoestaanval.
Als ik de top wilde bereiken, moest ik alle energie en motivatie zien te vinden die ik in me had. Ik moest vechten om elke centimeter te overwinnen die me scheidde van de top. Het was nog maar 50 meter, maar ze leken eindeloos.

E-M1 Mark II • M.ZUIKO DIGITAL ED 12-40 mm 1:2.8 PRO • 1:6.3 • 1/1600s • ISO 200

Langzaam maar zeker ging de wind liggen. De volgende dag zou eindelijk het moment van de waarheid brengen. Ik begon om middernacht aan mijn beklimming. De eerste hellingen waren niet zo steil en de sterren keken toe hoe ik aan het laatste stuk van mijn beklimming begon. Beetje bij beetje legde ik het langgerekte pad af dat me dichter bij de top zou brengen. Het werd steiler. De route was in perfecte conditie. Maar er lag veel sneeuw en het was niet mogelijk om te zien of er rotsen of ijs onder de sneeuw lagen. Toen ik het steilere gedeelte bereikte, een helling van circa 70 graden, werd de lucht donkerder. De eerste sneeuwvlokken kwamen naar beneden. Ongelofelijk. De weersvoorspelling zat er weer naast. De weerspoken van mijn beklimmingen van Broad Peak en Manaslu waren terug, maar ik zette door, al was het een stuk lastiger. Er stak een stevige wind op en het ging harder sneeuwen. Na elke drie stappen moest ik even bijkomen. Het was alweer een tijd geleden dat ik de 8201 meter van Cho Oyu was gepasseerd, het hoogste punt dat ik ooit had bereikt. Ik kreeg het gevoel dat dit pad rechtstreeks naar de hemel leidde. Het einde was niet te zien.
Er was weinig zicht en door de sneeuwstorm heen kon ik alleen een paar keer de nabijgelegen Everest ontwaren.
Ten slotte zag ik dat het pad een paar honderd meter verder wijder werd. In het midden was de scherpe punt van de top te zien.
De top leek zo dichtbij, maar aan de weg erheen kwam geen einde. Elke keer dat ik stopte om even uit te rusten, begon ik in slaap te vallen. Ik realiseerde me op een gegeven moment zelfs dat ik aan het dromen was. Het moet het resultaat zijn geweest van de vermoeidheid. Ik had de twee voorafgaande nachten nauwelijks geslapen.
Het werd steeds moeilijker om wakker te blijven. Ik was bang dat dit de eerste verschijnselen van hersenoedeem waren, dus ik nam voor de zekerheid wat dexamethason. Ik wist niet goed of ik droomde of hallucineerde. Ik kon de dexamethason niet eens innemen, want ik kreeg een hoestaanval.
Als ik de top wilde bereiken, moest ik alle energie en motivatie zien te vinden die ik in me had. Ik moest vechten om elke centimeter te overwinnen die me scheidde van de top. Het was nog maar 50 meter, maar ze leken eindeloos.

DANK JE WEL, OLYMPUS, DAT JE ME HEBT VERGEZELD OP MIJN TOCHT NAAR DE GROOTSTE HOOGTE, WAAR IK OP DE RAND VAN DE AFGROND STOND.

Show more comments (1)