Authentication - Register

Complete the form below to create your account

This will be your public name in the community
We need this to keep you informed about your account

Mandatory data for replying to your request.

Why you'll love MyOlympus

All members get access to exclusive benefits:

  • Member community
  • Register products
  • Extended warranty
  • Monthly newsletter

Het verhaal achter de foto: Arctische muskusossen

Als u zich afvraagt hoe het is om heel dicht bij een muskusos te staan op de Noordpool, dan is dit uw kans. Marcin Cobas, een fotograaf voor National Geographic in Polen, vertelt ons hoe het hem verging op een recente reis toen het iets spannender werd dan hij had gepland.

Het Noordpoolgebied is mijn favoriete werkgebied. Het landschap is nog maar weinig veranderd door de mens, het licht is prachtig, er zijn veel dieren en de meeste zijn erg interessant. Er kunnen echter gevaarlijke situaties ontstaan, zoals toen ik muskusossen fotografeerde in de winter. De eerste paar dagen zag ik geen enkel dier, hoeveel moeite ik er ook voor deed. De temperatuur lag onder de -30 graden Celsius en aan het begin van mijn verblijf in het nationaal park was er eigenlijk geen zicht. Soms kon ik het verschil tussen sneeuw en mist nauwelijks zien. Het werd een keer helemaal wit waarbij de horizon volledig verdween, waarop ik mijn oriëntatie verloor doordat mijn hersenen geen referentiepunt kon vinden. In zulke omstandigheden kan het gebeuren dat iemand niet weet of hij staat of valt. Elke keer dat ik probeerde om een stapje verder te komen, was er het risico om te verdwalen. Zonder GPS op pad gaan, zelfs met goed zicht, had slecht kunnen eindigen. Plotseling kwamen er wolken en een sterke wind opzetten, die de sporen onmiddellijk wegvaagde.

E-M10 Mark I • LEICA DG SUMMILUX 25 F1.4  • 1/500sec • F5.0 • ISO200

Ik voelde me gefrustreerd door deze eerste dagen van mijn werk. Ik kon met geen mogelijkheid een goede foto maken. Een hele korte dag in de mist zorgde ook niet voor optimisme. Elke dag leek op de vorige en bestond uit dezelfde activiteiten: een gasfornuis aansteken, sneeuw smelten en heel langzaam koken. Na een paar dagen was het eindelijk helder genoeg om erop uit te trekken. Vergeet niet dat het licht in het Noordpoolgebied magisch is, van zonsopkomst tot zonsondergang, ondanks dat de dagen heel kort zijn.

E-M10 Mark I • LEICA DG SUMMILUX 25 F1.4  • 1/160sec • F5.0 • ISO200

Kuddes muskusossen zagen eruit als grote stenen in de verse sneeuw. Muskusossen zijn een soort dieren die voor ons eenvoudig te begrijpen zijn. Dat gevoel wordt versterkt als we iets meer leren over hun gewoonten. Een muskusos is in de taal van Eskimo's een 'Oomingmak', wat 'harige makker' betekent, een veel betere beschrijving dan de Latijnse naam. Het eerste wat u ziet als u naar een muskusos kijkt, is een berg haar. De vacht is geweldig. Het haar van de vacht in de nek en op de buik groeit tot een lengte van 90 cm. Op dit gebied hebben ze geen enkele concurrent. De muskusos is geen overdreven groot dier. Zijn schofthoogte is 140 cm met een gewicht tot maximaal 400 kg. Het lijf is maximaal 2 meter lang en eindigt met een korte staart van 10 cm. Aan de andere kant van het dier vallen de hoorns als eerste op. Deze zitten aan de zijkanten van een relatief smalle kop. Ze groeien eerst naar beneden en dan naar voren. De dikke wortels van de hoorns raken elkaar bijna op het voorhoofd van het dier, net als bij buffalo's.

E-M1 Mark I • M.Zuiko ED 40-150 F2.8 IS PRO + MC-14  • 1/640sec • F4.0 • ISO200

Muskusossen zijn compact en stevig gebouwd, maar ze rennen met een lichte, nette en snelle pas. Ze rennen echter bijna nooit weg. Ze vallen eerder aan dan dat ze besluiten om te vluchten, waarbij ze een snelheid van zo'n 60 km per uur kunnen halen. Grote kuddes die een mens, ijsbeer of een wolf zien naderen, hanteren een interessante verdedigingsstrategie. De mannetjes kijken naar de vijand waarbij ze een kring vormen waarbinnen de jongen en vrouwtjes dekking vinden. Ze buigen hun hoofden en stampen luid met hun poten, waarbij stukken ijs en sneeuw opspatten.

Tijdens deze opdracht besloot ik in het veld te kamperen. Ik had een tent, slaapzak, eten en een gasfornuis, wat eigenlijk alles was wat ik nodig had. Een uitstekend startpunt in de bergen. Ik begon voor zonsopkomst, ontbeet, nam mijn fotorugzak, deed mijn camouflagekleding aan en ging op pad om foto's te maken. Hierdoor hoefde ik niet voor de hele dag spullen mee te nemen, elke dag te rijden en op zoek te gaan naar een plaats waar er een kudde muskusossen zou kunnen zijn. En op deze manier vermeed ik het belangrijkste risico: een zonsopkomst missen door me te verslapen. Dat gebeurt echt niet wanneer je met -30 in een tent slaapt.

Ik had drie camera's bij me, de OM-D EM-1, EM-10 en EM-5 zaten allemaal in mijn rugzak.

Als lenzen had ik de M.Zuiko Digital ED 300mm F4 IS PRO, de M.Zuiko Digital ED 40-150mm F2.8 PRO en een 1.4x telelens meegenomen. Plus groothoeklenzen, filters, kaarten en batterijen. De uitrusting deed het uitstekend in de kou, zelfs al waren ze in dergelijke omstandigheden dagelijks bedekt met een laag vorst. Soms, na lange tijd fotograferen, moest ik de lenzen vorstvrij maken zoals bij de voorruit van een auto, maar ik merkte geen echte problemen op. Condens was wel een groot probleem en daar moest ik echt voor uitkijken. Het vroor buiten en de temperatuur in de verwarmde tent was boven nul. Als de camera direct uit de vrieskou in de tent wordt gebracht, niet verpakt in een tas, wordt deze meteen bedekt met een laag vorst die na een korte periode begint te smelten tot water. Hetzelfde gebeurt binnen in de camera, dus deze situatie mag niet worden genegeerd.

Op de eerste dag met goed weer zag ik een kudde van zestien muskusossen in de bergen, en een andere kudde van zo'n vijf dieren aan de andere kant van de vallei. Bij zulke luchttemperaturen is het moeilijk om de activiteit van de dieren te bepalen. Ze liggen in de sneeuw en zien er op afstand uit als grote stenen. In mijn camouflageoutfit en alle donsjassen die ik had meegenomen, wachtte ik tot er iets ging gebeuren. Ik gebruikte de beste 'verloren beurs'-techniek in deze situatie, die ik vaak gebruik wanneer ik wilde en niet te schrikachtige dieren fotografeer. Dit houdt in dat ik de dieren gedurende enkele uren aan mijn aanwezigheid laat wennen, in plaats van de dieren direct te benaderen en te verstoren om ze te laten weten dat ik geïnteresseerd ben. Ik doe alsof ik helemaal geen interesse heb, alsof het me niet uitmaakt of het dier wegloopt of naar me toe komt. Ik ben op zoek naar een beurs die ik ergens verloor, waarbij het lijkt dat ik wandel zonder een bepaald doel. Zo wandel ik een keer in de richting van de kudde, dan naar de zijkant, een stukje van de kudde af en uiteindelijk dichter naar de kudde toe. Oogcontact, wanneer ik dat maak, is volledig willekeurig en duurt maar heel kort.

E-M10 • M.Zuiko ED 40-150 F2.8 IS PRO + MC-14  • 1/500sec • F4.5 • ISO500

Soms buk ik, soms kniel ik, soms schraap ik met mijn voeten. Het is ook een goed idee om te doen alsof we grazen en naar eten zoeken: hier knabbel ik aan een blad en daar aan een stukje schors. Ik denk dat de ossen geloofden dat ik iets was kwijtgeraakt, want ze negeerden mijn aanwezigheid volledig en sommige dieren kwamen zelfs naar me toe, omdat ze zich realiseerden dat ik geen gevaar vormde. Toen alle stieren gingen liggen, vatte ik dat op als een teken dat ze mij en mijn aanwezigheid negeerden. Dus zat ik naast ze en wachtte op actie. Als onderdeel van het opwarmen, gaven de dieren elkaar soms een kopstoot en liepen vervolgens rustig weg om weer te gaan liggen.

Helaas maakte ik een fout. Ik weet dat de meeste wilde dieren geen oogcontact dulden. Hen recht in de ogen kijken is vragen om problemen. Op een gegeven moment, toen ik mijn telelens op een van de stieren richtte, liet het zien dat hij mij ging aanvallen. Toen wist ik niet dat dit slechts het laten zien van kracht is, en geen aanval. Ondanks dat de afstand tussen ons groot en constant bleef, werd de stier op een gegeven moment furieus en hield hij lang oogcontact boven de lens. Zolang ik naar een andere stier keek en hem fotografeerde, negeerde hij mij, maar toen ik de focus verlegde, stond er ineens een paar honderd kilo lichaamsgewicht naar me toe gericht. De muskusos snoof (wat voor mij een signaal was om hem met rust te laten), schudde met zijn kop (nog een teken om me terug te trekken) en begon langzaam naar me toe te lopen. Het deed me niets, omdat de stieren eerder al diverse keren naar me toe waren gelopen, maar meestal met hun ogen naar de grond gericht. Hij wandelde met opgeheven kop en zijn ogen op mij gefixeerd. Na een paar stappen begon hij te galopperen ...

E-M10 • M.Zuiko ED 40-150 F2.8 IS PRO + MC-14  • 1/800sec • F4.5 • ISO500

Ik kon onmogelijk ontsnappen. De snelheid van een man die tot het midden van zijn bovenbenen in de sneeuw staat is ongeveer net zo hoog als die van een vlieg in een web en de os ging gemakkelijk door de sneeuw die als stof om hem heen opwaaide. Het zag er niet goed uit. De os is veel zwaarder, veel sneller, heeft grote hoorns en staat erom bekend zo af en toe een mens te doden. Dus ik besloot in deze hopeloze situatie het enige te doen dat me verstandig leek: mijn ogen sluiten en de ontspanknop indrukken. Als u zelf ooit in een dergelijke situatie terechtkomt, dan adviseer ik u hetzelfde te doen: stel de opnamemodus van de camera in op continu, zodat deze niet na één foto stopt, zet de autofocus op CAF (continu automatisch scherpstellen), waardoor de lens scherpstelt tijdens het volgen van een bewegend onderwerp en druk de ontspanknop helemaal in zodat de camera een serie foto's neemt.

Uw ogen sluiten is niet noodzakelijk, maar u bent minder bang als u minder ziet waardoor u meer kans hebt op scherpe foto's. Eind goed, al goed. Ik maakte op de een of andere manier foto's, maar op een gegeven moment was de os zo dichtbij dat mijn lens te lang was. Het bleek dat hij me niet wilde doden, maar me alleen maar bang wilde maken. Hij was zo vriendelijk om een paar meter voor me te stoppen. Ondanks het verschil in ras en het gebrek aan een gezamenlijke taal, begreep ik hem maar al te goed. En met respect, en trillende benen, liep ik achteruit. Ik denk dat we lichaamstaal gebruikten om te communiceren.


Uitgelichte producten


About the author

Related Tags

Comments

More from ‘Wildlife’